Quote d’OOR: "Zoals hij zelf zegt: je houdt van Brett Anderson of je haat ‘m" en dus gaat Anderson’s solo album "lovende recensies krijgen én helemaal gekraakt worden." En zo geschiedde. Terwijl de waarheid zoals gewoonlijk weer ergens in het midden ligt. Om met de deur in huis te vallen; Anderson’s eersteling valt me vanaf de eerste draaibeurt 100% mee. Op basis van diens laatste Suede-bijdragen en zijn aankondigingen in de pers vreesde ik namelijk een uur lang oeverloos pianogeneuzel en stroperige viooltapijtjes en hoewel beiden aanwezig, biedt dit titelloze album gelukkig meer dan dat. De avant-garde glamrock van weleer is ingeruild voor een een fikse portie emotie, resulterend in een sfeervolle luisterplaat over eenzaamheid, liefdesleed en verlies, waarin op de koop toe voorzichtig nieuwe wegen worden ingeslagen. De plaat toont Anderson in zijn puurste vorm, dus zonder muzikale handlanger of inventieve gitarist aan zijn zijde maar volledig gedragen door ‘s mans immer fraaie zanglijnen. De cd opent met het bloedmooie ‘Love Is Dead’ en sluit op indrukwekkende wijze af met het intense en melancholische ‘Song For My Father’. Daartussenin is de kwaliteit zwalkende, waarbij de nodeloze meerstemmige koortjes op ‘One Lazy Morning’, het fantasieloze en kil klinkende ‘Intimacy’ en de irriterende vioolkitsch die ‘To The Winter’ teistert, me het snelst naar de skip-toets doen grijpen. Net als tijdens ‘The Infinite Kiss’ dat precies zo’n aalgladde pianoballade is waar ik vooraf voor vreesde. Maar gelukkig staat daar heel wat moois tegenover. ‘Dust And Rain’ bijvoorbeeld, dat zo op de setlist van The Tears had gekund. Het heerlijk deinende ‘Scorpio Rising’ zou daarentegen niet hebben misstaan op Suede’s ‘A New Morning’. ‘The More We Possess The Less We Own Of Ourselves’ is de meest bijzondere van het hele stel, doet klassiek aan en is wat mij betreft het hoogtepunt van dit album dat met ‘Ebony’ vlak voor de grand finale nóg een heel fraaie troefkaart in handen heeft. Er valt dus genoeg te genieten voor de liefhebber. Onder anderen omdat Anderson vocaal nog steeds een hele grote is en heel goed weet hoe hij een pakkende melodie moet neerzetten. Bovendien is Suede ondanks de minimalistische aankleding nooit écht heel ver weg. De fans kunnen dus tevreden zijn (al had een ietwat pittigere bijdrage halverwege niet misstaan) en de Brett-haters zullen wederom veel van hun vooroordelen bevestigd zien. Kortom, weinig nieuws onder de zon maar met een score van zes zeer sterke en één heel aardige (‘Colour Of The Night’) songs op een totaal van elf een heel behoorlijk solodebuut dat nu al per draaibeurt groeiende blijkt.
Ik beloof jou (en de andere fanatieke aanhangers) dat ik ‘m ga luisteren als hij op de luisterpaal of NME site komt
. Net als Maximo Park, want daar heb ik ook niets mee.
Ik ben erg benieuwd naar deze cd. Misschien moet ik binnenkort eens even bij Karen en Mart langs..
Maar één ding snap ik niet helemaal in je stuk. Is To The Winter nou ‘heerlijk deinend’ of ‘irriterende teisterende vioolkitsch’ die je het snelst naar de skip-toets doet grijpen?
Sh*t, ik zie nu dat Brett er ook op staat….;-(
@Ray: Foutje. Is inmiddels aangepast. Into The Winter is dus dat laatste.
@She: Maar da’s nu net zo leuk. Hoe meer mensen hoe meer smaken.
Mooi. Dat het wel duidelijk is naar welke nummers ik meteen moet luisteren en welke ik meteen kan skippen he..
Als het trouwens zo is dat Brett veel Suede gaat spelen, dan heb ik ook wel zin om te gaan!
Jaja, ik ben natuurlijk niet echt objectieve (ahum) maar ik vind het een prachtige luistercd met 2/3 mindere nummers. Ik kijk in ieder geval héél erg uit naar de concerten!
6 van de 11 goed / oké, dat is ook mijn score. Cijfermatig is dat dan logischerwijs een 5,5 dus nét een voldoende. Maar da’s zeer waarschijnlijk niet voldoende om een plaats in mijn eindejaarslijst te bemachtigen. Live wordt het hopelijk een ander verhaal.
Gezien de bijzondere kwaliteit van een aantal van die goede nummers denk ik zelf aan een 7. Een cijfer waar ik vroeger op school heeeel blij mee was
Ondanks een prachtig optreden van Suede op een Duits festival en het goede optreden van the Tears op Rockin’ Park hebben de bands van Mr. Anderson me nooit weten te verleiden tot het aanschaffen van een plaat. Toch niet helemaal mijn ding klaarblijkelijk.
Marco, ik deel je mening over de c.d. een heel eind, op “To the Winter” na.
@Danniëlle, was het maar 23 april! (ja, ja, voor jullie 22!)
‘Äll songs written by B.A en Fred Ball, dus je ‘zonder muzikale handlanger (..) gaat niet helemaal op. Helemaal alleen lukt het niet, wat absoluut geen schande is overigens. Veel grote artiesten hebben graag een schrijvend compaan naast zich. En niet alleen heeft Ball aan bijna alle nummers meegeschreven, qua sound lijkt Ball zelfs bepalend te zijn geweest, als ik zo eens door zijn biografie lees.
Enfin, de plaat. Vooraf al veel gelezen en wat fragmentjes gehoord, dus echt verrassend is het allemaal niet meer. Ook mij valt ie daarom mee. Het eerste fragment dat ik ooit hoorde was Scorpio Rising, en laat dat nu net mijn dieptepunt van de plaat zijn. Doet mij denken aan Careless Whisper, brrr. Paar sterke nummers (love is dead, dust and rain, the more we possess, Ebony), al vind ik ook daarvan de muzikale aanpak niet best. Toch merk ik wel dat de plaat groeipotentie heeft. Ik kom nu uit op een 5,5..maar de voldoende komt in zicht.